Onderwerp: Algemeen

Varroamijtbestrijding met mierenzuurdampen : verleden en heden (deel 2)

1 mei 2011

Praktische aanwijzingen voor de toepassing van mierenzuur in de Nassenheider mierenzuurverdamper voor de varroamijtbestrijding: veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van mierenzuur; aanpassingen aan en plaatsing van de verdamper in de bijenkast; tijdstippen van behandeling; effecten op de ontwikkeling van het broednest en het welzijn van het bijenvolk Lees verder

Innovations in composting pig manure

1 mei 2011

Related Links Bekijk het volledige artikel

Lagekostenbedrijf voorkomt met moeite mestafvoer bij nieuw mestbeleid

1 mei 2011

Het Lagekostenbedrijf haalt al jaren de eindnormen van Minas. Maar vanaf 2006 moet men ook hier maatregelen nemen om aan het nieuwe mestbeleid te voldoen. Om mestafvoer te voorkomen gaat men over op het vergroten van de oppervlakte en het sturen op ureumgehalte van tankmelk Lees verder

Mogelijkheden tot vermindering van emissie van lachgas uit landbouwgronden bij toepassing van verschillende mestsoorten en nitrificatieremmers : laboratoriumproeven en aanbevelingen voor veldexperimenten

1 mei 2011

Landbouwgronden zijn een belangrijke bron van het broeikasgas lachgas (N2O). In het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen (ROB) worden via onderzoek maatregelen verkend die kunnen leiden tot een vermindering van emissie van de overige broeikasgassen methaan en lachgas. Het gebruik van nieuwe (kunst)meststoffen is een van die maatregelen. Ze zijn ontwikkeld om de verliezen van stikstof via nitraatuitspoeling en denitrificatie ter beperken, en hun eventuele gebruik komt dus tegemoet aan het streven naar een meer duurzame landbouw. Bij het begrip nieuwe meststoffen moet gedacht worden aan meststoffen waaraan nitrificatieremmers zijn toegevoegd, of die gecoat zijn om de nutriëntenafgifte te vertragen. Het valt te verwachten dat deze eigenschappen ook de emissie van lachgas beïnvloeden. In het voorliggende onderzoek is door Alterra in een reeks laboratoriumexperimenten nagegaan wat de effecten zijn van het gebruik van aantal van dergelijke nieuwe mestsoorten op de emissie van lachgas uit een zand- en een kleigrond. De nieuwe mestsoorten zoals zijn niet beter dan de traditionele mestsoorten als ze worden beoordeeld op de het verminderen van de emissie van lachgas. De toevoeging van denitrificatieremmers resulteert in zand vaker in minder lachgas dan in klei. In klei leidt de toevoeging van denitrificatieremmers ook tot verhoging van de emissie van lachgas. Op grond van de resultaten van dit laboratorium-onderzoek Lees verder

Enteric pathogens in the vegetable production chain : is the risk higher in the organic than in the conventional chain?

1 mei 2011

Related Links Bekijk het volledige artikel

Uitgangspunten voor de mest- en ammoniakberekeningen 1999 tot en met 2001 zoals gebruikt in de Milieubalans 2001 en 2002, inclusief dataset landbouwemissies 1980-2001

1 mei 2011

Uitgangspunten die gebruikt zijn bij de modelmatige berekening van de mest- en ammoniakemissies in de jaarlijks verschijnende Milieubalans. Het modelinstrumentarium is ontwikkeld door het Landbouw Economisch Instituut en wordt gevoed met generieke invoerdata afkomstig van de jaarlijkse Landbouwtelling en met specifieke uitgangspunten. Met specifieke uitgangspunten worden bedoeld de stikstof- en fosfaatexcretie per diercategorie, de ammoniakemissie van stalsystemen en mestaanwendingstechnieken, en de mate waarin de verschillende staltypen en mestaanwendingstechnieken voorkomen. Het rapport volgt de mineralenroute van opname en excretie door het dier tot en met opslag en aanwending op het land. Een scala aan bronnen vormt de basis voor de gebruikte uitgangspunten.angesloten bij de specifieke situatie in een bepaald jaar. Dit rapport beschrijft de uitgangspunten voor de jaren 1999 en 2000* (Milieubalans 2001) en voor de jaren 2000 en 2001* (Milieubalans 2002). Het *-teken geeft aan dat het voorlopige berekeningen voor dat jaar betreft.missies in de periode 1980 – 2000. Lees verder

Toetsing van het MLHD-concept loofdoding aardappelen op praktijkbedrijven in 2003 en 2004

1 mei 2011

Related Links Bekijk het volledige artikel

Methaanemissies voor en na plaatsing van een biogasinstallatie op De Marke

1 mei 2011

Related Links Bekijk het volledige artikel

Milieurisico’s van een aangepast forfaitair spoor in MINAS

1 mei 2011

Voor deze studie heeft het EC-LNV diverse personen uit het landbouwbedrijfsleven geraadpleegd om zich een beeld te kunnen vormen van het aantal bedrijven dat van het verfijnde spoor binnen MINAS over zal stappen naar het forfaitaire spoor en welke aanpassingen de bedrijven in het mineralenmanagement zullen aanbrengen wanneer ze op het forfaitaire spoor zijn overgestapt. Aan de hand van inschattingen van het deelnamepercentage aan het forfaitaire spoor en de aanpassingen in het mineralenmanagement is vervolgens een modelmatige berekening gemaakt van de totale hoeveelheid fosfaat en stikstof die buiten de MINAS-administratie om bemest kan worden. De geraadpleegde personen uit het bedrijfsleven verwachten dat slechts weinig veehouders de overstap naar het forfaitaire spoor zullen gaan maken. Men verwacht dat maximaal 10% van de varkenshouders en zelfs nog een lager percentage pluimveehouders de overstap zal maken. Op de melkveehouderij heeft deze wijziging naar verwachting nauwelijks invloed. De lagere deelname wordt veroorzaakt door de volgende aspecten: 1. Het forfaitaire spoor kent geen mogelijkheid tot saldo-opbouw. 2. In de akkerbouw zal vooral vraag zijn naar verfijnde mest. 3. Er zal geen verschil optreden in mestafzetkosten tussen het forfaitaire en verfijnde spoor. 4. Ongunstige forfaits. Uit de analyse blijkt dat alleen bedrijven met een hoger mestvolume per dier dan het gemiddelde voor het forfaitaire spoor zullen kiezen. Deze bedrijven hoeven in het forfaitaire spoor niet alle in het jaar geproduceerde mest meer van het bedrijf af te voeren. Uit de gesprekken met het bedrijfsleven blijkt dat deze mest in veel gevallen op het eigen bedrijf of in de directe omgeving wordt aangewend bovenop de wettelijk toegestane hoeveelheid. Het gaat hier dus om overbemesting. Indien 10% van de varkenshouders en 5% van de pluimveehouders voor het forfaitaire spoor kiezen en de spreiding in het mestvolume per dier een standaardafwijking kent van 20%, zal er ongeveer 1 miljoen kg fosfaat en 1,7 miljoen kg stikstof buiten de MINAS-administratie blijven. Deze mest zal vooral op het eigen bedrijf of in de onmiddellijke omgeving worden aangewend. Aangezien de meeste intensieve veehouderij bedrijven in de concentratiegebieden liggen, zal het risico op overbemesting daar het grootst zijn. Met de hier genoemde uitgangspunten kan er daar per ha kan een overbemesting plaats hebben van 8 tot 38 kg fosfaat en van 14 tot 64 kg stikstof, afhankelijk waar de mest wordt aangewend. Indien alle mest op het eigen bedrijf wordt aangewend dan gelden de hoge waarden, maar is het overbemeste areaal beperkt tot ongeveer 30.000 ha. Als de mest wordt verdeeld over al het maïsland in de concentratiegebieden dan gelden de lage waarden en bedraagt het overbemeste areaal ruim 100.000 ha. Lees verder

mest- en ammoniakmodel

1 mei 2011

Related Links Bekijk het volledige artikel