Nieuwste berichten
Onderwerp: Algemeen
Agroproductie en milieu
1 mei 2011
Related Links Bekijk het volledige artikel
Precisiebemesting met organische mest bij aardappel op zavelgrond : rapportage van veldexperimenten op de Lovinkhoeve in 2001
1 mei 2011
Op een zavelgrond is door middel van een veldproef onderzocht of het dichter bij de gepote aardappels (poters) plaatsen van organische mest tot een verbetering leidt van de stikstofopname bij aardappels en dus tot een betere benutting van de mest ten opzichte van de gangbare praktijksituatie. In tegenstelling tot eerder onderzoek heeft deze vorm van plaatsing geen positief effect gehad in deze studie. De productie van aardappels (versgewicht) en de stikstofopname zijn afgenomen en er is meer minerale stikstof achtergebleven in het bodemprofiel aan het einde van het groeiseizoen. De wortels hebben zich minder verdeeld in de bodem. Lees verder
Houd rekening met vorstschade bij vers opgepotte rozen
1 mei 2011
Veel rozenkwekers zijn al rozen aan het potten die buiten worden weggezet. Houd rekening met vorstschade. Per 1 januari 2006 heeft de boomkwekerij te maken met de nieuwe mineralenwetgeving: de mineralenbalans. Voor elk bedrijf gelden vier normen: dierlijke mest, kunstmest, stikstof en fosfaat Lees verder
Lichte toename stikstof en fosfaat in dierlijke mest
1 mei 2011
De voorlopige uitkomsten over 2004 laten een lichte toename van de mest- en mineralenproductie zien. Deze toename wordt veroorzaakt door het herstel van de pluimveestapel na de uitbraak van de vogelpest in 2003. In 2003 produceerde de Nederlandse veestapel 68 miljoen ton mest. In deze mest zat 373 miljoen kg stikstof en 162 miljoen kg fosfaat Lees verder
Emissies bij aanwending van vergiste mest : een verkenning van internationale literatuur
1 mei 2011
Related Links Bekijk het volledige artikel
Milieurisico’s van een aangepast forfaitair spoor in MINAS
1 mei 2011
Voor deze studie heeft het EC-LNV diverse personen uit het landbouwbedrijfsleven geraadpleegd om zich een beeld te kunnen vormen van het aantal bedrijven dat van het verfijnde spoor binnen MINAS over zal stappen naar het forfaitaire spoor en welke aanpassingen de bedrijven in het mineralenmanagement zullen aanbrengen wanneer ze op het forfaitaire spoor zijn overgestapt. Aan de hand van inschattingen van het deelnamepercentage aan het forfaitaire spoor en de aanpassingen in het mineralenmanagement is vervolgens een modelmatige berekening gemaakt van de totale hoeveelheid fosfaat en stikstof die buiten de MINAS-administratie om bemest kan worden. De geraadpleegde personen uit het bedrijfsleven verwachten dat slechts weinig veehouders de overstap naar het forfaitaire spoor zullen gaan maken. Men verwacht dat maximaal 10% van de varkenshouders en zelfs nog een lager percentage pluimveehouders de overstap zal maken. Op de melkveehouderij heeft deze wijziging naar verwachting nauwelijks invloed. De lagere deelname wordt veroorzaakt door de volgende aspecten: 1. Het forfaitaire spoor kent geen mogelijkheid tot saldo-opbouw. 2. In de akkerbouw zal vooral vraag zijn naar verfijnde mest. 3. Er zal geen verschil optreden in mestafzetkosten tussen het forfaitaire en verfijnde spoor. 4. Ongunstige forfaits. Uit de analyse blijkt dat alleen bedrijven met een hoger mestvolume per dier dan het gemiddelde voor het forfaitaire spoor zullen kiezen. Deze bedrijven hoeven in het forfaitaire spoor niet alle in het jaar geproduceerde mest meer van het bedrijf af te voeren. Uit de gesprekken met het bedrijfsleven blijkt dat deze mest in veel gevallen op het eigen bedrijf of in de directe omgeving wordt aangewend bovenop de wettelijk toegestane hoeveelheid. Het gaat hier dus om overbemesting. Indien 10% van de varkenshouders en 5% van de pluimveehouders voor het forfaitaire spoor kiezen en de spreiding in het mestvolume per dier een standaardafwijking kent van 20%, zal er ongeveer 1 miljoen kg fosfaat en 1,7 miljoen kg stikstof buiten de MINAS-administratie blijven. Deze mest zal vooral op het eigen bedrijf of in de onmiddellijke omgeving worden aangewend. Aangezien de meeste intensieve veehouderij bedrijven in de concentratiegebieden liggen, zal het risico op overbemesting daar het grootst zijn. Met de hier genoemde uitgangspunten kan er daar per ha kan een overbemesting plaats hebben van 8 tot 38 kg fosfaat en van 14 tot 64 kg stikstof, afhankelijk waar de mest wordt aangewend. Indien alle mest op het eigen bedrijf wordt aangewend dan gelden de hoge waarden, maar is het overbemeste areaal beperkt tot ongeveer 30.000 ha. Als de mest wordt verdeeld over al het maïsland in de concentratiegebieden dan gelden de lage waarden en bedraagt het overbemeste areaal ruim 100.000 ha. Lees verder
Krimp- en dilatatievoegen in wanden van mestkelders
1 mei 2011
Tips voor het voorkomen van krimpscheuren in de mestkelderwanden Lees verder
Uit de milieu-gevarenzone : verduurzaming van de bollenteelt
1 mei 2011
Related Links Bekijk het volledige artikel
Fosfaatbemesting landbouwgronden op andere leest schoeien
1 mei 2011
De fosfaatbelasting van oppervlaktewater moet omlaag. Naast regelgeving kan dat door draagvlak te creëren in de agrarische sector. De grondslag van de bemestingsadvisering voor fosfaat dient daarvoor te worden aangepast. Dat moet leiden tot een meer autonome realisatie van doelstellingen zoals in de Kaderrichtlijn Water, betogen de auteurs Lees verder
Verhandelbare substitutierechten: simulatie van de kosteneffectiviteit en -efficiëntie in de vleesvarkenshouderij
1 mei 2011
Om aan de Europese nitraatrichtlijn te voldoen, is in Vlaanderen een mestbeleid uitgewerkt, dat grotendeels steunt op klassieke “command and control” maatregelen (maximale bemestingsnormen e.d.). In de literatuur echter, worden verhandelbare rechten omschreven als een meer kostenefficiënt en resultaatgericht beleidsinstrument. Toegepast op de nutriëntenemissie zouden ze een antwoord kunnen zijn op het huidige, dure mestbeleid. In deze publicatie wordt aan de hand van simulatiemodellen een vergelijking gemaakt tussen beide beleidsinstrumenten. Op basis van boekhoudkundige gegevens van 190 vleesvarkenbedrijven wordt aangetoond dat verhandelbare rechten een kostenvoordeel bieden van ruim 88 %, ten opzichte van het meest kostenefficiëntste “command and control” model. Dit resultaat geeft aan dat verhandelbare rechten als beleidsinstrument voor de landbouwsector tenminste aan een overweging toe zijn. Lees verder

